Het mysterieuze poeder

Introduction

Heey jij daar! Je hebt de webquest over 'het mysterieuze poeder' gevonden, super!

Vandaag ga jij als een echte laborant een mysterieus poeder onderzoeken om erachter te komen wat voor stof het is!

In de keuken is namelijk een verdacht wit poeder gevonden. Wie heeft dit poeder gemorst? Er zijn vier mensen in de buurt gesignaleerd: Juf Hetty die met bakpoeder een taart ging bakken, meester Marco die poedersuiker in zijn koffie wilde, natuur- en techniekcoördinator Sanne die een proefje voorbereidde met aardappelzetmeel en directrice Linda die een pakje custard in haar handen had.

Schrijf is voor jezelf op hoe je erachter zou kunnen komen welk poeder er is gemorst?

Heb je dat gedaan? Ga dan naar 'Task', daar wordt de opdracht uitgelegd.

 

 

Task

Uitleg van de opdracht:

stap 1: Verzamel alle materialen om aan het onderzoek te kunnen starten . Dit heb je nodig:

- 1 blad: hoe doe je onderzoek?

- 1 blad: werkblad

- 1 blad: labjournaal

- 5 roerstokjes

- 5 theelepels (voor ieder poeder 1) 

- 1 beker met natuurazijn met een pipet

- 1 beker met water met een pipet

- 1 druppelflesje Betadine

- 1 beker met twee eetlepels custard

- 1 beker met twee eetlepels bakpoeder

- 1 beker met twee eetlepels aardappelzetmeel

- 1 beker met twee eetlepels poedersuiker

- (poeder x krijg je later, bij stap 3)

 

Heb je alle materialen verzameld? Ga naar het kopje 'process'

 

Process

stap 2: Uitvoeren

Leg de 3 bladen naast elkaar op tafel. Lees het blad: Hoe doe je onderzoek? samen door.

Hierna kan je het onderzoek ook gaan uitvoeren met je groepje. Spreek goed af wie wat doet, let erop dat je afwisselt en iedereen een taak krijgt. 

Zorg dat je de uitkomsten van het onderzoek goed en nauwkeurig opschrijft op het labjournaal.

 

stap 3: Poeder x

Ben je klaar met de 4 stoffen onderzoeken? Ga dan naar juf om stof X op te halen! 

 

Heb je het labjournaal helemaal ingevuld, kun je door gaan naar het kopje 'Evaluation'

Evaluation

Bespreek de volgende vragen in je groepje:

Wie is de dader? Waar aan was dit te zien? Wat is je het meeste opgevallen? 

(Deze vragen gaan we ook nog klassikaal bespreken)

Lees het volgende stuk:

In dit deel wordt uitgelegd hoe het kan dat sommige stoffen een kleur kregen, gingen bruisen of bijvoorbeeld hard werden. Dit heeft te maken met de eigenschappen van de stof, hier lees je hoe dat zit.

Alle dingen om je heen zijn opgebouwd uit stoffen. Deze stoffen hebben bepaalde stofeigenschappen: kleur, geur, smaak, hoe giftig iets is, fase bij kamertemperatuur (dus gas, vloeibaar of vast, specifiek bij een bepaalde temperatuur, anders mag je het geen stofeigenschap noemen), brandbaarheid, kookpunt. Deze stofeigenschappen zijn altijd hetzelfde voor een bepaalde stof. Water is bijvoorbeeld altijd kleurloos en geurloos. Suiker is altijd wit en het smaakt zoet. Als een stof andere stofeigenschappen heeft, moet het dus wel een andere stof zijn. (Misschien stofeigenschappen laten noemen van de stoffen in het experiment vòòrdat er stoffen bij elkaar werden gedaan)

Als je dan verschillende stoffen bij elkaar doet, zoals in de proef, dan kunnen er 2 dingen gebeuren:

1.      De stoffen vormen een mengsel. Hierbij veranderen de stofeigenschappen niét. De stoffen veranderen dus ook niet. Bijvoorbeeld bij poedersuiker en water (oplossing) en bij aardappelzetmeel en azijn (mengsel waarbij de stoffen niet oplossen).

2.      De stoffen reageren met elkaar. Hierbij veranderen de stofeigenschappen wel, bijvoorbeeld de kleur verandert. Dit betekent dat er nieuwe stoffen ontstaan. Wanneer je ziet dat iets bruist betekent het dat er een gas ontstaat. Dat gas probeert te ontsnappen en dat zie je als kleine belletjes.

Alles wat je tijdens de proef ziet, hoort, ruikt of voelt (proeven is minder handig) zijn waarnemingen. De waarnemingen zijn een bewijs van wat er met de stoffen gebeurt.

Wat er gebeurt is met name afhankelijk van welke stoffen je bij elkaar doet. Wat je daarbij waarneemt zal voor dezelfde stoffen ook altijd hetzelfde zijn! Dat is fijn, want dit kun je gebruiken om een onbekende stof te onderzoeken. Als je bij een bekende stof iets waarneemt en dit zie je ook bij de onbekende stof, dan is dat een aanwijzing dat die stoffen misschien hetzelfde zijn. Andersom geldt het ook: als je iets anders waarneemt dan zijn de stoffen waarschijnlijk niet hetzelfde.

Wetenschappers gebruiken dit ook. Bij onderzoek gebruiken ze de kennis over bekende stoffen om onbekende stoffen daarmee te vergelijken.

Heb je dit besproken? Dan mag je naar 'conclusion' gaan.

 

Conclusion

De coronatest:

We maken weer het sprongetje terug naar de coronatesten.

Hoe denken jullie, na dit experiment, dat de coronatesten worden onderzocht in het lab?

(Jullie antwoorden gaan we ook weer klassikaal bespreken)

 Ben je klaar? Mag je naar het kopje 'creadits'

Credits

Beoordelen en eisen:

- Je hebt het labjournaal nauwkeurig ingevuld.

- Je hebt een de conclusie van het onderzoek opgeschreven en onderbouwt. (Wie is de dader en waarom is dat zo?)

- Je hebt met je groepje beschreven hoe jullie denken dat ze aan een coronatest kunnen zien of je positief of negatief getest bent.

Wat heb je geleerd?

- Jullie weten hoe 

Afronden

Jullie hebben het hele experiment afgerond, gefeliciteerd!

Zorg er met je groepje voor dat alles netjes wordt opgeruimd. Leg alle materialen terug waar ze vandaag kwamen, gooi de overgebleven stoffen in de prullenbak en was af wat vies is en hergebruikt kan worden.

Is de hele tafel netjes? Ga even voor jezelf tekenen of lezen op je plek.

Teacher Page

De webquest is gemaakt voor het vak Natuur en Techniek. Ik heb hem ontworpen voor groep 6/7/8. Ik verwacht dat de kinderen 40 minuten bezig zullen zijn, 30 minuten voor het onderzoeken en 10 minuten concluderen en opruimen. Het onderzoeken gebeurt in groepjes van 4 door de beschikte onderzoeksmaterialen. 

nodig voor elke groepje:

- 1 blad: hoe doe je onderzoek?

- 1 blad: werkblad

- 1 blad: labjournaal

- 5 roerstokjes

- 5 theelepels (voor ieder poeder 1) 

- 1 beker met natuurazijn met een pipet

- 1 beker met water met een pipet

- 1 druppelflesje Betadine

- 1 beker met twee eetlepels custard

- 1 beker met twee eetlepels bakpoeder

- 1 beker met twee eetlepels aardappelzetmeel

- 1 beker met twee eetlepels poedersuiker

- poeder x

- schrift om antwoorden in de schrijven